Herinneringen van zoon (Lodi) Lodewijk
BLARICUM CENTRAAL; zijn cultuurhistorische plekken van dichtbij.
De beeldend kunstenaar Baruch Lopes de Lea Laguna (1864-1943).
Baruch Laguna werd op 16 februari 1864 in Amsterdam geboren. Als jongen van tien jaar werd hij daar opgenomen in het Portugees-joodse weeshuis. Na de Lagere School bezocht hij de Kunstnijverheidsschool Quellinus. Op veertienjarige leeftijd gaf hij te kennen kunstschilder te willen worden.

Baruch’s oudste zoon Lodewijk (1899) vertelt dat zijn vader in deze wens financieel ondersteund werd door apotheker De Castro. Zo kon hij gedurende enkele jaren naar de Rijksacademie, waar hij zich onder leiding van professor Allebé toelegde op portret-en figuurtekenen. Hij werkte op het atelier van Meyer de Haan in de jodenbuurt en schilderde volkstypes, stadsgezichten en bloemen. Op zeventienjarige leeftijd kreeg hij zijn eerste betaalde opdracht: illustraties voor het Elseviers Geïllustreerd Maandschrift. In 1885 werd hij lid van kunstenaars vereniging Arti en heeft er zijn eerste tentoonstelling. (In 1921 werd hem de gouden medaille van Koningin Wilhelmina toegekend.)
Baruch Laguna trouwde in 1898 met Rose Asscher (1872) en in 1899, Lodewijk was een half jaar oud, verhuisde het gezin. Op advies van een oom van Rose, arts in de jodenbuurt, ging Baruch voor herstel van een zware ziekte in Laren wonen en huurde enkele vertrekken bij Willem Calis aan de Zijtak.

In 1902 werd zoon Martijn geboren. Laguna kwam onder de indruk van de boereninterieurs en ging ze schilderen. Via een contract bij de kunsthandelaar Nico van Harpen werden deze werken naar Amerika geëxporteerd. Dit was de reden waarom hij in ’t Gooi weinig exposeerde. Laguna leerde in die tijd schilders kennen als Frans Langeveld, Lammert van der Tonge, Manus van der Ven, David Schulman en Evert Pieters
In 1908 woonde de familie in Hilversum. Rose was zangeres en kwam met stemproblemen onder behandeling van dokter Borneman,een society-arts. Als tegenprestatie schilderde Laguna zijn portret en dit maakte zo’n indruk dat er vele opdrachten volgden. Het contract met Van Harpen voor de boereninterieurs kon hij toen opzeggen. “Hij was een mensenschilder, dat deed hij het liefst”, zegt Lodewijk. “Manus van der Ven had hem al eerder geadviseerd portretten te gaan maken,hij vond de boerenvrouwen op de interieurs zo sprekend afgebeeld”.
Medio 1919 wilde Laguna centraal gaan wonen en verhuisde het gezin naar Amsterdam. In zijn atelier aan de Hendrik Jacobsstraat portretteerde hij grootindustriëlen als sir Henri Deterding van de BPM, de toenmalige president van Denemarken, de directeuren van Olivetti, Hirsch en de Bonneterie, dr. S. J. Philips en nationale prominenten als Colijn en Domela Nieuwenhuis. Ook maakte hij een portret van zijn goede vriend en schilder Evert Pieters (deze bouwde in 1902 “Aze ick kan”, Achterom 13 Blaricum). De schilderijen “het Joodse Bruidje”, en ‘”Turks- joodse vrouw”’, zijn prachtige voorbeelden van niet in opdracht gemaakte portretten.
Op 5 november 1925 kwam de familie aan Eemnesserweg 42 (achter Jagtlust) in Blaricum wonen.Het hierbij afgebeelde zelfportret maakte Baruch Laguna in 1928.
Vanaf 27 juli 1928 woonden zij in “La grande chaumière”, Bijenstand 3 Laren. Vandaaruit kwamen zij op 8 december 1930 naar Zwaluwenweg 26 Blaricum. In 1937 kwam zoon Martijn om het leven bij een auto-ongeluk op de hoek Torenlaan/Zwaluwenweg.
“Tijdens de oorlog werd mijn vader gedwongen zijn atelier aan de Zwaluwenweg af te staan voor meubelopslag van de NSB. Hij moest toen werken in de huiskamer waar het licht niet goed was. Ook mocht hij niet meer bij christenen aan huis komen Hij kon dus geen portretopdrachten meer maken. Je kunt zeggen dat mijn vaders schilderscarrière eindigde in 1940. Voor mijn ouders is alles geëindigd in 1940.”
In 1943 doken zijn ouders onder in Laren, gescheiden van elkaar. Lodewijk bleef de hele oorlog verscholen op de Eemnesserweg en aan de de Gooyersgracht. In 1943 werden zijn ouders, een half jaar na elkaar, weggevoerd naar de doorgangskampen Vught en Westerbork, Baruch Laguna werd in een concentratiekamp vermoord, Rose werd in de trein naar een concentratiekamp doodgeslagen. “Auschwitz of Sobibor, ik weet het niet” zegt de zoon. “Wat maakt het uit waar het was, vermoord is vermoord”.
Lida Calis
Dit artikel kwam tot stand door gesprekken met Lodewijk (Lody) Laguna, de oudste zoon van Baruch en Rose Laguna-Asscher. Hij was tot zijn tachtigste jaar uitvoerend violist.
Met dank aan Joost Brugman. Hij zorgde voor opsporing van Lodewijk via Vincent Lopes de Leao Laguna (de zoon van Martin Laguna) en zijn vrouw Sjaantje van Veen uit Blaricum.
