Nieuw Israelietisch Weekblad, vrijdag 23 juni 1978

expositie
Vlooyenburgs Verval laat triest gemis zien
door Frans Hogendoorn
Vlooyenburg is de naam van dat deel in Amsterdam, dat tot het oudste gedeelte van de vroegere jodenbuurt behoorde. Het voormalige eiland werd begrensd door Zwanenburgwal, Houtgracht, Leprozengracht en Binnenamsteh Hoewel het gebied al vanaf het begin van de zeventiende eeuw bebouwd en bewoond werd, heeft het zijn vermaardheid te danken aan de in 1886 gestichte Waterloopleinmarkt. Deze was ontstaan door demping van de haaks op elkaar staande Houtgracht en Leprozengracht.

Dit tot over de landsgrenzen vermaarde Waterlooplein en omstreken heeft niet meer de sfeer die eens zo kenmerkend was voor de Amsterdamse jodenbuurt. Daarvoor is te veel veranderd, en verdwenen. Over de geschiedenis van Vlooyenburg, haar ontstaan, de groei, de bedrijvigheid, de gezelligheid, en tenslotte het verval, heeft de energieke staf van het Joods Historisch Museum een expositie ingericht. Hoewel de tentoonstelling, de laatste in een serie van vier, „nergens poogt de oude sfeer te reconstrueren”, geeft zij toch door middel van schilderijen, prenten, tekeningen en foto’s een uitstekend beeld van het Waterlooplein en omgeving in de afgelopen vierhonderd jaar. Gelijkertijd betekent zij een afscheid, de tentoonstelling van een gemis.

Hoewel de Waterloopleinmarkt kenmerkend is geworden voor Vlooyenburg, heeft zij slechts de laatste negentig jaar bestaan. Daarvoor was er het water van de Houtgracht en Leprozengracht, waaraan Leprozenhuis en Arsenaal stonden, maar ook sinds 1618 gebouw De Herschepping. Dit pand had dienst gedaan als huissynagoge voor de Portugese gemeente Beth Israël tot 1639. Toen in dat jaar de drie bestaande Portugese gemeenten (Beth Israël, Beth Jacob en Neve Sjalom) zich samenvoegden tot de Talmoed Tora-gemeente, werd de verbouwde huissynagoge het eerste officiële Portugese synagogegebouw in Amsterdam. Toen in 1675 de grote Esnoga, schepping van Elias Bouman, op de plaats waar de Sint Anthonispoort had gestaan, in gebruik werd genomen, veranderde uiteraard de bestemming van De Herschepping. Gedeeltelijk werd het pand tot woonruimte omgebouwd, en de synagoge op de eerste verdieping werd het Joodsche Bruiloftshuis, geliefd oord voor bruiloften en poeriemfeesten. In de periode rond de laatste eeuwwisseling deed de zaal ook dienst als politiek vergadercentrum. In 1931 werd de Geweesene Kerk der Joden, zoals het bijschrift op een oude prent luidt, gesloopt, om plaats te maken voor een flatgebouw.

De bezoekers van De Herschepping woonden in de vlakbij gelegen Lange en Korte Houtstraten. De bebouwing van deze straten bestond al sinds 1625, toen er uitbreiding gezocht werd voor de zich snel uitbreidende handelsstad Amsterdam. Er vestigden zich vreemdelingen, Waaronder Marfanen uit Spanje en Portugal, na 1648 ook veel Hoogduitse joden uit Oost Europa.

De buurt kreeg een typische woon/werk-functie. Ondanks de aanwezigheid van enkele suikerraffinaderijen, brouwerijen, zeepziederijen, en ververijen vestigde er zich nooit echt zware industrie. De nadruk lag op het woonkarakter, en bleef door de eeuwen heen ook altijd benadrukt. Van het leven in de vier karakteristieke blokken, ontstaan doordat de Lange en Korte Houtstraat elkaar snijden, geeft de expositie een goede indruk. Tussen de nostalgische oude foto’s, meest uit familiecollecties, en pamfletten, advertenties en aanplakbiljetten, imponeren de vier beroepen uitbeeldende houtskooltekeningen van Baruch Laguna (Lopes de Leao, 1864-1943). Het stemmige karakter van het zwart-wit van de tekeningen weerspiegelt treffend het grauwe volksleven in de Houtstraten.

Rondom de Houtstraten stonden nog enkele gebouwen, die een typisch joodse identiteit uitstraalden. Op de tentoonstelling is een kopie te bezichtigen van de gevelsteen van de Jodenbreestraat 10. Het was een van de drie panden waarin de firma De Vries en Van Buuren & Co., groothandel in manufacturen, was gevestigd. De gevelsteen beeldt Twee onnozele schapen uit, wat tevens het handelsmerk van de firma is geworden. Tussen de twee schapen zijn in metaal de initialen van de twee partners doorheen gevlochten. In 1945 verliet de firma De Vries en Van Buuren & Co. de Jodenbreestraat, en verhuisde naar de Haarlemmerstraat.

Een bedrijf van geheel andere aard was te vinden aan de Zwanenburgerstraat/Amstel, aan de andere kant van Vlooyenburg. In 1852 was de firma M. E. Coster daar de eerste, die overging tot dé inrichting van een ruimte, waarin op stoomkracht aangedreven draaischijven stonden opgesteld, waarop diamanten werden geslepen. Gereedschappen waarmee de diamant in verschillende fasen bewerkt werd, is terug te vinden in een vitrine. In 1970 verhuisde de firma Coster naar een pand elders in Amsterdam. In 1977 viel de voormalige diamantslijperij onder de slopershamer, evenals het gebouw, waarin vroeger het joodse jongensweeshuis Megdale Jethoniem was gevestigd. Op oude foto’s is te zien hoe er destijds gezamenlijk wortels in de keuken werden schoongemaakt. Ook wordt ons een blik gegund in een van de waslokalen. Daar werden de jongens elke ochtend weer aangespoord tot hygiënische actie: Wasch ‘s-morgens hoofd, borst, rug en handen, borstel uw haar en poets stevig de tanden. Ondanks de goede bedoelingen zal niemand treuren dat deze opwekking definitief in het museum is ondergebracht. Dan is er op de expositie, die onderverdeeld is naar twaalf topografische punten, natuurlijk veel aandacht voor het eigenlijke Waterlooplein.

Het leven op en rond de markt van voor de oorlog, die onherstelbaar het karakter veranderde, wordt schitterend in beeld gebracht door de aquarellen en gouaches van Gerard Johan Staller (1880-1956). Tussen zijn ontroerende straattaferelen springt een werk uit: de in een lijst samengebrachte vijf potloodtekeningen, die ieder een beroep uitbeelden.

De huidige situatie, die erg mistroostig aandoet, wordt ook getoond, nog geaccentueerd door een zeer recent geplaatst protest tegen de kaalslag: reuzegat. Dat was Vlooyenburg in 1593, dat is het Waterlooplein in 1978. Het leven is uit de buurt. Het is de vraag of het zal terugkomen met het nieuwe stadhuis, wat de doorsneetekeningen in perspectief en de maquettefoto’s willen doen geloven. Vier eeuwen lang is er geleefd op Vlooyenburg.

Het verhaal van het verval is de tentoonstelling van een gemis.

Gebouw de Herschepping, waar jarenlang het Joodsche Bruiloftshuis was gevestigd. Op deze plaats staat thans een flatgebouw

Schoenen op het Waterlooplein, van Gerard Johan Staller