De Telegraaf, maandag 19 februari 1934

LAGUNA GEHULDIGD.
Twee dagen feest in Laren.
APOTHEOSE IN HAMDORFF.
Laguna’s zeventigste verjaardag is een feest van twee en een half etmaal geworden. De vrienden uit den omtrek waren op Vrijdag — den eigenlijken datum — een oogenblikje zijn woning in Blaricum binnengeloopen 0m…. hem vast de hand te drukken. Het oogenblikje duurde van s ochtends met eenige onderbrekingen tot middernacht en de broeders van het penseel improviseerden een programma, waarbij zij demonstreerden, dat zij ook handig kunnen omgaan met goochelstaf, muziekinstrumenten en dichtregels.’
Zaterdagmiddag was men in plechtiger formatie bijeen in de kunstzaal van Hamdorff.
De burgemeester van Blaricum, de heer J. J. Klaarenbeek, heeft mooie dingen gezegd over Laguna en zijn kunst: Schulman. voorzitter der Vereeniging van Beeldende Kunstenaars, heeft hem als collega geschetst, E. R. D. Schaap sprak als een der oudste vrienden, Martin Monnickendam had het over de tegenstelling van hem als grijzen 60-jarige tot den zwarten 70-jarige Laguna.
Velen van hen wier portret aan den wand hangt, liepen in levenden lijve rond en Laguna was blij zoowel hen als de conterfeitsels weer te zien.
“Een feest zonder een stukkie eten is geen feest.” is een van de levenswaarheden van den jarige; meer dan 80 van zijn vrienden waren van dezelfde meening en tegen zeven uur was men weer in een andere zaal van Hamdorff. ten einde het eetfeest of feesteten aan te vangen; op verzoek geen avondkleedij.
Omstreeks acht uur waren de misverstanden van het protocol over de plaatsing zoo in aantal toegenomen, dat burgemeester Klaarenbeek. met forsch belgerinkel de deels zittende, anderdeels protesteerende kudde — ieder wilde zoo dicht mogelijk bij den jubilaris zitten — algemeene amnestie afkondigde voor de gasten, die de kaartjes geruild hadden en voor de ceremoniemeesters — die telkens in aantal toenamen — die ze verkeerd of heelrmaal niet hadden gelegd. Hij sprak vervolgens zijn beroemden burger toe en gaf hem de verzekering, dat heel Blaricum op hem trotsch is. hetgeen een aanvulling van de Larensche aanzittenden ten gevolge had, die Laguna ook als Larenaar beschouwen.
Er is natuurlijk ook gesproken, maar niet vervelend.
Ariana Hugenholtz, de 54-jarige nestore van de Gooische schilders, heeft uit haar herinneringen een levendig beeld gevormd van het Laren uit den tijd. toen het ontdekt werd en Israëls, Mauve en Neuhuys er gewerkt hebben. Laren stond klaar als een schilderij. De zandweggetjes, de boeren in hun blauwe kielen, de kinderen met hun veeren randjes om hun prachtige kopjes, het stille dorp, het was alsof zij riepen: schilder maar toe.
Een andere vrouw, die over oratorische talenten beschikt, mevrouw Boddaert—Teixeira de Mattos, haalde herinneringen uit haar kindertijd op, toen zij op het atelier van haar vader, den beeldhouwer, Laguna veel zag en na zijn bezoeken over hem hoorde spreken. “Laguna die komt er wel, als hij zijn palet maar niet te bruin houdt.”
Alex Booleman, Herman Leydensdorff, Jaap Dooyewaard, David Schulman, kortten den tijd met toespraken.
De maaltijd, aangevansen als een kinderpartij, kreeg allengs het karakter van een oudervvetsche Amsterdamsche bruiloft met voordrachten. Bijzonder actueel was het Larensche raadslid Diamant, die als accountant een deskundig gedicht gemaakt heeft op Baruch Lopes de Leao Laguna, graaf de Mondolfo, als schilderijen-fabrikant.
De maaltijd eindigde met een grappig incident, omdat de tafelpresident, meenende dat de jubilaris te ontroerd zou zijn om zelf te bedanken, het woord had gegeven aan een van zijn zoons, die daarom met een plechtig gezicht voor de belangstelling dankte.
Laguna’s gezicht werd echter steeds minder plechtig en bij het eind sprong hij op: “Wat is dat! We zijn hier niet op mijn begrafenis: voor de belangstelling danken! Ik kan zelf wel mijn woordje doen!”
Dat deed hij dan en wel zoo hartelijk, dat ieder begreep, dat dit feest zeer aan dezen jubilaris besteed was.
Maar het was pas een uur na middernacht, zoodat men op uitnoodiging van de directie van Hamdorff een inval mocht doen in het hypermoderne Casino, waar de mondaine cock-tailers, die op barkruk en dansparket zich select amuseerden, aangestoken werden door de ouderwetsche vroolijkheid, waarvan de jeugdige zeventigjarige het middelpunt vormde.