Herinneringen van een kleinzoon:

Vincent Lopes de Leão Laguna

Geluidsfragmenten

  1. Bedelaar
  2. Domela Nieuwenhuis
  3. Rembrandt
  4. Sterk
  5. Salon

Op een goeie dag kwam er een bedelaar bij opa en aangezien zijn atelier zeg maar voor het huis stond, half voor het huis. Belde hij aan op de atelierdeur. En die man die kwam bedelen om wat geld. Nou opa die gaf hem wat geld. En die man stopte dat weg. En toen zei mijn opa die zei God zegene je jongen en die man draaide zich om. En toen begon het te regenen, keihard te regenen. En dat is echt historisch. Dus dat was altijd een grote mop bij ons in het huis.

Ja Viv, jij vroeg mij om iets te vertellen over een situatie van mijn grootvader. Wat ik gehoord heb over het schilderij van Domela Nieuwenhuis is het volgende. Mijn grootvader woonde in die tijd in Hilversum en hij zag hem lopen of verschillende keren omdat hij daar ook regelmatig was. En toen heeft ie hem aangesproken op straat. En heeft ie gezegd meneer Nieuwenhuis, uhm, ik vind dat u zo’n mooie kop hebt.Zou het leuk vinden als ik een portret van u maakte? En zo is het gebeurd. En zo is het gegaan. En uhm, ja, dat is eigenlijk het verhaal. Ja. En als je er nog eentje wil horen, dan vertel ik. Nou wat ik er wat ik eigenlijk als kind meegemaakt heb met mijn grootvader was het volgende dat ik met hem een wandeling maakte naar Blaricum. Hij woonde dus in Blaricum. En hij had een collega en een vriend. En die woonde ook in Blaricum, midden in het dorp op de Torenlaan. En daar is nog steeds een mooi huis met een groot atelierraam. En daar woonde zijn vriend en daar ben ik met hem naartoe gewandeld. En ik kwam terecht in zijn atelier en daar stond een schilderij waar hij mee bezig was. En onder een dikke blauwe walm van allebei grote sigaren, ontspon daar ook een gesprek natuurlijk over de kunsten, over het schilderen. En toen hadden ze het ook over dat schilderij wat op die ezel stond. Hij was bezig met de wolken. En toen heeft mijn grootvader en dat vond ik geweldig om te zien. Die heeft toen een penseel van hem gekregen en heeft daar een wolk in geschilderd. En dat was tot beider genoegen geloof ik. En ja ik was toen nog heel jong, ik denk misschien een jaar of vijf, zes, zeker op die leeftijd. En toen op een gegeven moment zijn we weer teruggegaan. En dat was heel erg leuk. En dat heeft zo’n indruk op me gemaakt dat atelier met die grote blauwe rook van die grote sigaren. Dat ik dat eigenlijk nooit vergeten ben. En dat is dus al meer dan tachtig jaar geleden.

Vivienne: Prachtig. En weet jij nog van wie dat was? Welke schilder dat was?

Jansen, J.H. Jansen of H.J. Ja, da’s Jansen geweest. En Jansen, die maakte veel schilderijen ook met zeestukken en schelpenvissers en dat soort schilderijen. Maar was een hele aimabele man. En ik vond het dus prachtig. En tja, dat zijn enkele van die dingen die ik geweldig vond van mijn grootvader. En ja ik was natuurlijk zo’n jaar of zes voordat eigenlijk die oorlog uitbrak. En toen was er natuurlijk ook een gebrek aan brandstof. En ik herinner me nog dat er toen in de kachels en in haarden werden turven gestookt. Maar die turven die pasten natuurlijk niet in een normale haard of een kachel. En mijn grootvader was gigantisch sterk en dat wist iedereen. In Laren hebben we dat ook de sterke man genoemd. En waar ik dan bij was en dat vond ik ook geweldig, is dat die op z’n knieën die turven pakte en doormidden sloeg op z’n knie. En dan had ie die stukken totdat ie een hele berg bij mekaar heeft gehaald en dan was het klaar. En wat er toen ook op dat moment gebeurde er kwam altijd een visboer langs. En die visboer, die kwam op dat moment ook langs, maar die was niet bij hun langsgekomen. Dus mijn grootvader deed de ramen open, want ze zaten beneden natuurlijk. En die riepen en riep ie “bot bot, bot, bot” en die man, op dat moment hoorde ie dat dat en die kwam dus naar huis toe om z’n vis aan te bieden. Maar dat die roep van dat “bot bot, bot”, ja dat staat in m’n geheugen gegrift. Dat zijn van die dingen die je nooit vergeten in je leven. Ok, dat was het.

Martijn en Lodi waren thuis. En hij kwam eigenlijk een beetje boos kwam ie thuis uit Hamdorff. En toen hadden ze hem eigenlijk beetje voor de gek gehouden. Want de koningin, die had een bezoek gebracht aan de tentoonstelling in Laren bij Hamdorff en daar had zij gezegd bij de schilderijen van Opa. God, daar zitten toch veel Rembrandt-teske kleuren in. Nou en toen kwam opa in zijn kroegje waar z’n collega’s zaten en die zeiden “hé kijk, daar hebben we Rembrandt, Rembrandt komt binnen” en daar had ie toch een beetje goed de pest over in. En toen hij dat thuis vertelde tegen z’n zoons, dat waren twee natuurlijk opgeschoten knullen, die zeiden “nou pa we zullen ze wel even mores leren”. En die zijn toen ook naar dat kroegje toe gegaan om even de zaken recht te zetten. Ja, dat was zo in die tijd. Die mensen deden dat dan. Ja, dat zouden wij natuurlijk…, daar zijn we te netjes voor. Maar zij vonden dat natuurlijk geweldig.

Opa woonde toen in een in Laren. Op de zijtak heb ik me altijd laten vertellen. En dan kwam zo’n boerenknul naar hem toe hoor, die zei “zo jood” of iets van dien aard. En toen zei opa “oh wou u soms iets?”. En die greep hem vast, want hij was onmetelijk sterk. En die pakte die knul en hij tilde hem hoog boven z’n hoofd op. En toen zette hij hem weer op de grond. Toen zei hij “wil je nog iets soms?”. En die knul, die maakte natuurlijk dat ie wegkwam. En dat soort dingen had ie. Maar hij was natuurlijk ongelooflijk sterk. Dat is een ding wat zeker is.

’s Zomers kwamen er vaak klanten uit Amsterdam. En dat waren dan ja toch een beetje de fine fleur de directeuren van modemagazijnen , grote bedrijven en weet ik veel wat. En die kwamen dan met hun auto’s in die tijd. Ik praat nu van voor de oorlog natuurlijk, kwamen ze naar oma toe, want of naar naar opa en oma toe. Maar oma, die had altijd dan een soort salon wat ze zelf zei dan “ik heb salon”. En dan was in de tuin een tafel gedekt met alle mogelijke heerlijkheden. “Tea-en” noemde ze dat, want ze was natuurlijk Engels van geboorte en dan werden die mensen ontvangen. En mijn grootvader zat dan in z’n atelier om afspraken te maken voor portretten, hetzij van een kind, hetzij van een vrouw, hetzij van de man zelf en natuurlijk ook om de prijs te bespreken. En zo ging dat. En mijn grootmoeder vond dat heerlijk om dat te doen. Nou ja, dat zijn dan de verhalen die ik natuurlijk weer van mijn moeder gehoord heb.