Het Parool, woensdag 25 oktober 1981
Joodse kunst in Nederland
“Tussen Israëls en Sal Meijer, Nederlandse kunst als joodse cultuur, een verkenning.” Zo heet de opmerkelijke tentoonstelling die tot 15 februari in het Joods Historisch Museum in het Waaggebouw aan de Nieuwmarkt in Amsterdam is te zien.
De kern van de expositie bestaat uit de verzameling Jonas Knoop, die de afgelopen tien jaar is gevormd. Daarbij gaat het om schilderijen, die voor 1940 zijn gemaakt door joodse kunstenaars. Opvallend is dat Knoop vooral is geïnteresseerd in niet-joodse onderwerpen: landschap, portret, stadsgezicht etc. Grote namen en avantgarde ontbreken. Knoop heeft werk gekocht, dat niet exceptioneel duur en qua stijl tamelijk behoudend van aard was. De verzameling geeft daardoor een goed beeld van de smaak van het grote publiek en toont bovendien aan dat er vrijwel geen sprake is geweest van een typisch joodse schilderkunst in Nederland. Weliswaar meende men voor de oorlog wel enkele joodse karaktertrekken in de schilderijen te zien — romantisch gevoel voor dramatiek en kleur — maar nu zijn dergelijke kwalificaties niet meer mogelijk.
Het romantisch realisme en impressionisme a la de Haagse en Amsterdamse school overheersen op deze tentoonstelling. Typische eenlingen zijn Martin Monnickendam met overdadige kleuren en vormen en Sal Meijer, die uiterst precies de werkelijkheid te lijf ging. Aardig werk is er ook van David Schulman, David Bueno de Mesquita, Baruch Laguna, Gerard Johan Staller. De samenstellers van de expositie hebben ook een paar schilderijen met joodse onderwerpen willen laten zien, om duidelijk te maken dat een paar schilders zich hier wel mee bezighielden (Jozef Israëls met „Een joodse bruiloft”). Aan de tentoonstelling gaat een overzicht vooraf, dat een beeld geeft van de historische ontwikkeling van de joodse beeldende kunst in samenhang met het tweede gebod — “Gij zult geen gesneden beelden maken”.